Mbo 2.0: de kickstart voor een nog betere toekomst

De slippers en badhanddoeken zijn de kast weer in en de boeken eruit: het nieuwe schooljaar is begonnen. Voor mbo-studenten is dit een bijzonder jaar, want alle instellingen in Nederland starten met belangrijke vernieuwingen in het opleidingsaanbod. Dit moet de aansluiting van het mbo op de toekomstige arbeidsmarkt en vervolgopleidingen verder verbeteren. ‘Het mbo 2.0 kan je dus gerust zeggen’, aldus minister Jet Bussemaker van Onderwijs. ‘De veranderingen vormen een kickstart voor de toekomst van studenten in het middelbaar beroepsonderwijs.’

De opleidingen in het mbo hebben landelijk een metamorfose ondergaan. Eén van de belangrijkste veranderingen waar studenten mee te maken krijgen, is dat ze voor het eerst ‘keuzedelen’ moeten kiezen. Die vergroten de kans op een goede baan en toekomst. De keuzedelen nemen ongeveer 15% van de opleidingsuren in beslag. Behaalde keuzedelen worden vermeld op het uiteindelijke diploma. Bussemaker: ‘Met keuzedelen kunnen studenten hun vakmanschap verdiepen en verbreden. Of ze kunnen zich specialiseren. Dat leidt tot een grotere kans op een goede baan in de regio of, natuurlijk, daarbuiten. Daarnaast bieden keuzedelen studenten de mogelijkheid om zich beter voor te bereiden op een vervolgopleiding in het hbo.’

Keuzedelen
Er zijn landelijk meer dan zeshonderd keuzedelen beschikbaar. Bijvoorbeeld keuzedelen die extra voorbereiden op werk in een specifieke regio, zoals ‘Fries in de beroepscontext’, ‘Aardbevingsbestendig bouwen’ of ‘De zinkproducerende industrie’. Er zijn keuzedelen die voorbereiden op de veranderende arbeidsmarkt. Denk bijvoorbeeld aan ‘3D-tekenen voor de meubelindustrie’ en ‘Zorginnovaties en technologie’.

Studenten kunnen met keuzedelen ook over de grens kijken. Duits is erg handig als extraatje bij een beroepsopleiding in de oostelijke grensstreek. Maar er kan ook gekozen worden voor bijvoorbeeld ‘Werken in het buitenland’. Mbo-studenten die hun pijlen richten op een hbo-vervolgstudie, kunnen inzetten op keuzedelen die voorbereiden op een zo goed mogelijke aansluiting, zoals ‘’HBO-doorstroom Handel’ en ‘Instroom Pabo Aardrijkskunde.’

Afgelopen schooljaar 2015/2016 hebben mbo-instellingen op vrijwillige basis ervaring kunnen opdoen met een beperkt aantal keuzedelen.

Flexibel
De arbeidsmarkt verandert snel en het is dus van belang dat het beroepsonderwijs zo flexibel mogelijk is om soepel mee te kunnen bewegen. Daarom kunnen mbo-instellingen elke drie maanden nieuw beschikbare keuzedelen aanbieden, na goedkeuring door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) en het ministerie van OCW. Dit mogen keuzedelen zijn die de school zelf ontwikkeld heeft, of in samenwerking met het (regionale) bedrijfsleven en/of een hbo-instelling.

Om het mbo zo wendbaar mogelijk te maken, zijn ook alle opleidingen nog eens goed onder de loep genomen. Dit heeft geleid tot een flinke afname van het aantal opleidingen. Het onderwijsaanbod was te omvangrijk en onoverzichtelijk, waardoor beginnende studenten soms door de bomen het bos niet zagen en verkeerde studiekeuzes konden maken. Sommige studies sloten te weinig aan op de veranderde arbeidsmarkt of er was sprake van inhoudelijke overlap met andere opleidingen.

VorigeWerknemers en ondernemers moeten zelf investeren in scholing
VolgendeTrouw: ‘Een trainee als oplossing lerarentekort’
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter