Een jaar na de invoering van de Wet passend onderwijs staan de meeste leraren in het basis- en voortgezet onderwijs negatief tegenover passend onderwijs (respectievelijk 54% van de leerkrachten in het basisonderwijs en 60% van de docenten in het voortgezet onderwijs). Schooldirecties en interne begeleiders/zorgcoördinatoren zijn vaker positief dan negatief over passend onderwijs, maar degenen die passend onderwijs in de praktijk moeten uitvoeren – leraren dus – lopen tegen tal van problemen aan. Gebrek aan voorbereiding op de invoering van passend onderwijs, een hogere werkdruk dan vóór de invoering van passend onderwijs en tijdgebrek om voldoende aandacht te kunnen geven aan ‘gewone’ leerlingen én leerlingen met behoefte aan extra
ondersteuning, zijn veelvoorkomende problemen.

Dat blijkt uit een in juni 2015 verricht onderzoek onder 1.668 functionarissen werkzaam in het reguliere basis- en voortgezet onderwijs en in het speciaal onderwijs. Het (representatieve) onderzoek is uitgevoerd door DUO Onderwijsonderzoek, een onafhankelijk onderzoeksbureau.

De stand van zaken een jaar na de invoering van de Wet passend onderwijs
De Wet passend onderwijs is op 1 augustus 2014 ingevoerd en is in de plaats gekomen van de leerlinggebonden financiering, oftewel het ‘rugzakje’ dat in de praktijk te duur bleek. Een jaar na de invoering van de Wet passend onderwijs blijkt dat met name leraren (en niet zozeer de directeuren van de scholen) uitermate kritisch tegenover passend onderwijs staan en veel problemen ervaren door de invoering ervan:
• 70% van de leerkrachten PO en 71% van de docenten VO vindt dat passend onderwijs op hun school ten koste gaat van de aandacht voor de ‘gewone’ leerling.
• 84% van de leerkrachten PO en 47% van de docenten VO heeft te weinig tijd om leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, goed te helpen.
• 76% van de leerkrachten PO en 42% van de docenten VO kan minder aandacht besteden aan ‘gewone’ leerlingen, omdat er veel tijd gaat naar de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
• 66% van de leerkrachten PO en 68% van de docenten VO vindt niet dat leraren op hun school van tevoren goede scholing hebben gehad op het gebied van passend onderwijs.
• 75% van de leerkrachten PO en 62% van de docenten VO ervaart een hogere werkdruk door de invoering van passend onderwijs.
• 75% van de leerkrachten PO en 68% van de docenten VO ziet passend onderwijs niet als een goede oplossing voor leerlingen met gedragsproblemen.
• 81% van de leerkrachten PO en 91% van de docenten VO heeft ‘zorgleerlingen’ in de klas die het ondanks de extra aandacht die deze leerlingen krijgen, toch moeilijk hebben in het reguliere onderwijs.
• 66% van de leerkrachten PO en 68% van de docenten VO verwacht dat veel leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, het alsnog niet redden in het reguliere onderwijs.