Nog geen 15% van de leerlingen van eind groep 8 haalt voor rekenen het 1F-niveau dat zij zouden moeten halen. Dit wordt veroorzaakt doordat veel leerkrachten in het basisonderwijs zich laten leiden door de resultaten van de tussentijdse Cito voortgangstoetsen, terwijl de Cito-toetsen voor groep 6, 7 en 8 nog niets met het referentiekader rekenen te maken hebben. Ruim 5 jaar na de invoering van de wet wordt er nog verouderd toets- en lesmateriaal aan basisscholen geleverd.

Leerkrachten in het basisonderwijs vertrouwen erop dat de lesmethode en de voortgangstoetsen aangepast zijn aan het referentiekader rekenen, zoals per augustus 2010 in de wet verankerd ligt. Uit onderzoek dat Delta-Plus in 2015 heeft gedaan blijkt dat niet alle toetsen en methodes aangepast zijn. Bovendien blijkt uit datzelfde onderzoek dat de doelstellingen voor het basisonderwijs bij lange na niet gehaald worden. Op termijn moet 85% van alle leerlingen van eind groep 8 het 1F-niveau voor rekenen halen. In september 2014 was dat nog geen 15%.

De Cito-LOVS toetsen worden veel gebruikt om de tussentijdse voortgang te bewaken. Dit zijn de Midden- en Eindtoetsen. Om er voor te zorgen dat leerlingen aan het eind van groep 8 op het gewenste niveau uitstromen moet in groep 6 begonnen worden met het rekenen zoals gedefinieerd is in de wet. Behalve de eindtoets voor groep 8 zijn echter de Cito-toetsen voor de bovenbouw nog niet aangepast aan het referentiekader rekenen. Evenmin zijn een aantal lesmethodes aangepast omdat zij de Cito-toetsen volgen. En zo is een vicieuze cirkel ontstaan. Een enkele uitgever heeft dit doorbroken en heeft een nieuwe methode ontwikkeld die wel gebaseerd is op het referentiekader rekenen.

Het is spijtig te concluderen, dat 7 jaar na het verschijnen van de aanbevelingen van de commissie Meijerink en 5 jaar na de invoering van het wettelijk kader, het basisonderwijs nog niet vol op stoom is om hun leerlingen op het nieuwe rekenen voor te bereiden. Hiermee ontneemt het basisonderwijs hen de kansen voor de toekomst. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de onderwijskrachten in het basisonderwijs. Van iedereen die bij het basisonderwijs betrokken is, mag verwacht worden dat zij meegaan met de veranderingen. Van het Cito en de uitgevers mag verwacht worden, dat zij zelfs richting geven.