Waarom maken leerlingen spelfouten? Als je het hierover hebt, hoor je uitspraken als: “Dat komt door het sms’en.” of “Ze moeten gewoon weer elke week een dictee krijgen.”

Maar wat kan je als docent Nederlands, docent beroepsgericht vak en docent zaakvak doen om de schrijfvaardigheid van je leerlingen te verbeteren?

TIP 1: Wijs leerlingen op het verschil tussen spreektaal en schrijftaal.

Een van de oorzaken van slecht spellen is de vervaging tussen spreektaal en schrijftaal. Zoals in de zin:

Ik vraag ’t wel effe aan me moeder.

Wanneer je deze zin uitspreekt, is er niets aan de hand, maar wanneer deze zin op papier staat, klopt hij niet meer. Dan moet er het volgende staan:

Ik vraag het wel even aan mijn moeder.

De woorden: effe en me zijn veel voorkomende fouten. Als ik de leerlingen wijs op het woord effe, zien ze de fout wel staan. Ze hebben het woord “even” leren schrijven. Dus geen probleem, de fout wordt verbeterd.

Maar wanneer ik het over het woord me heb, merken de leerlingen op dat ze het altijd zo zeggen. Met andere woorden: “Juf, wat doe je moeilijk.”
Bij Nederlands hebben de leerlingen het verschil geleerd tussen me (persoonlijk voornaamwoord) en mijn (bezittelijk voornaamwoord). Het schakelen tussen spreektaal en schrijftaal is lastig voor leerlingen.

Help je leerlingen door hen te wijzen op het verschil tussen spreektaal en schrijftaal.

Dit is een van de 7 tips waarmee jij je leerlingen kunt helpen om spelfouten te voorkomen. Ga naar www.vantaalnaarnederlands.nl en ontvang het gratis e-boek:
“7 tips om spelfouten te voorkomen”.

Pas de tips direct toe in je lessen. Of nog beter: deel de tips met je collega’s en pak de spelling schoolbreed aan.

 
Bezoek de website